Het leven van een interrail-backpacker

Het is zondagochtend vijf uur. Ergens tussen Oostenrijk en Italië probeer ik voor de honderdste keer een houding te vinden om deze twaalf en een half uur durende treinreis te kunnen overleven.

Om mijn slapende been wat meer ruimte te geven, probeer ik hem zo’n vijf centimeter naar rechts te verplaatsen. Meteen raak ik mijn (wel slapende) buurman aan, die als reflex zijn arm op mijn been legt. Hè gadver. Alsof ik me nog niet genoeg opgesloten voel in mijn eigen warme, plakkerige lichaam. Met zo weinig mogelijk aanrakingen leg ik de arm van meneer terug op zijn eigen been, dat minstens zo bezweet is als de mijne.

Op een schaal van één tot tien scoort deze interrailreis voor het eerst even geen voldoende. De Italianen hadden bij het bouwen van deze trein zeer zeker geen rekening gehouden met hun eigen klimaat. Buiten was het zelfs op dit tijdstip nog over de dertig graden. Een aircootje zou dus fijn zijn. Maar nee hoor, dat heilige licht werd nooit gezien. Zelfs de ramen konden nog geen centimeter open, waardoor de zuurstof langzaam uit de coupé verdween. De al niet zo frisse lucht had inmiddels plaats gemaakt voor de lichaamsgeur van maar liefst zes reizigers. En dat allemaal op zo’n vier vierkante meter. Zucht.

Oké, ik geef toe. We hadden er natuurlijk zelf voor gekozen. De gierige Hollanders in ons weigerden om minimaal vijftig euro bovenop de interrailpasprijs te betalen voor een bedje in een (gedeelde) slaapcoupé. Vijfentwintig euro voor een overnachting was tijdens deze reis bij uitstek onze max. En dus moesten we nu genoegen nemen met de ‘verstelbare’ stoel. Eigen schuld, dikke bult.

Momenten van zelfmedelijden als deze waren er tijdens het backpacken genoeg. Slapen op synthetische matrasjes op te kleine kamers met zeven snurkende anderen onder lakens met ondefinieerbare vlekken zou voor menig mens niet bepaald voor een vakantiegevoel zorgen. Ondanks kleine momentjes van behoefte aan een goede nachtrust, droeg het constante gebrek aan luxe voor mij eigenlijk juist bij aan de geweldige tijd die ik aan het beleven was. Het avontuur van het trekken van plaats naar plaats zorgt ervoor dat je zo veel ziet en beleeft, dat je de vieze douches van dat ene hostel al snel vergeet. Het slapen op meerpersoonskamers zorgde juist weer voor leuke contacten. Het is het ultieme gevoel van vrijheid wanneer je met je backpackje door een nog onbekende stad struint, onderweg naar weer een hoop nieuwe belevenissen, dat alles zo heerlijk maakt. Zelfs als het vijfendertig graden is en je nog een half uur als pakezel verder moet. Het hoort er gewoon bij.

Het is zeven uur ’s ochtends als we vermoeid en bezweet bij onze vijfde plaats van bestemming aankomen. Wanneer ik vanuit het raam ons derde reisgenootje zie dat vanaf vandaag zal aanhaken, ren ik zo hard als dat gaat met een flinke bepakking het perron op. Meteen ben ik de heftige afgelopen uren vergeten. We barsten alleen nog maar van enthousiasme over open air feestjes in Berlijn, bijzondere medereizigers in Krakau, de hipster barretjes van Budapest en een dronken avond in Wenen. Hoezo vieze hostels of aircoloze treinen?


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*