Column: Dag schat

Sinds Joëlla is begonnen aan haar coschappen, staat ze met een been in het burgerleven en probeert ze met haar andere been nog wanhopig in de studentenkroegen te blijven staan. Deze zomer moest ze voor het eerst afscheid nemen en dat viel zwaar.

Het is alweer even geleden, maar toen iedereen deze zomer heerlijk vakantie aan het vieren was, zorgde ik voor bejaarden. Nee, ik hoefde niet hun billen te wassen of kaartspelletjes met ze te spelen. Deze zomer liep ik mijn coschap Ouderengeneeskunde en het bracht me wat wijze lessen.

In de twee jaar waarin ik nu coschappen loop, is het me op wonderbaarlijke wijze bespaard gebleven om met de dood in aanraking te komen. Op een of andere manier weten mijn patiënten uit de meest benarde situaties op te klimmen. Ergens in mijn hoofd wist ik dat dit niet voor altijd zo zou blijven. Toen het moment daar was, deed het me meer dan ik had verwacht.

Het is in de laatste week van mijn coschap Ouderengeneeskunde, als ik betrokken raak bij een oud dametje van 87 met vasculaire dementie. Door een ongelukkige val heeft ze haar bekken gebroken. Ze ligt nu aan het bed gekluisterd. Eten en drinken wil ze niet meer. Haar dementie, de zware pijnstillers en de fragiele situatie waarin ze nu terecht is gekomen, maken dat ze de wereld niet meer helemaal meekrijgt. Terwijl de arts haar en haar man probeert te vertellen hoe we haar pijn het best kunnen behandelen, merk ik dat ze afdwaalt. Af en toe stelt de arts haar een vraag, maar dat komt nauwelijks aan. Ze kijkt hem lang en glazig aan, voor ze antwoord geeft. Terwijl de dokter verder praat, draait ze langzaam haar hoofd naar mij toe. Ze legt een hand op mijn wang en geeft me de allerliefste glimlach ooit. Het enige wat ik kan, is vertederd naar haar terugkijken. “Ik ben heel blij dat jullie allemaal zo goed voor mij zorgen, dag schat!” Zegt ze als ik haar kamer even later weer verlaat.

’s Middags tref ik haar alleen aan met haar man. Een glinstering verschijnt in haar ogen als ze mij ziet. Ik ga op de stoel naast haar bed zitten en vraag hoe het gaat. Weer legt ze zachtjes haar hand op mijn wang. Ze begint te vertellen over de afgelopen maanden en brengt persoonlijke details over de relatie met haar man boven tafel. Hij kijkt mij verlegen aan. Zuchtend draait het dametje met haar ogen: ‘sorry dat ik dit allemaal vertel hoor, ik kan gewoon geen geheimen bewaren.’ Een glimlach verschijnt op mijn gezicht. ‘Geeft helemaal niks, ik vind eerlijkheid een heel belangrijke eigenschap’ druk ik haar op het hart. Iets in haar blik verandert. ‘Ik ben blij dat je dat zegt,’ brengt ze opgelucht uit, ‘ik ben altijd bang dat ik mensen er pijn mee doe.’ ‘Nee, eerlijkheid duurt het langst’ concludeer ik. Ze glimlacht.

Als arts moeten we ervoor waken dat we niet te betrokken raken bij onze patiënten, deels om onszelf te beschermen. Anderzijds denk ik dat we ons altijd moeten laten raken door de mensen die we in ons vak tegenkomen. Gebeurt dat niet, dan raken we afgestompt en vergeten we naar de patiënt als geheel te kijken, de persoon achter een klacht te zien. Soms moeten we de tijd nemen naast iemand te gaan zitten en te luisteren naar diens verhaal. Op zo’n moment herinner ik me weer waarom ik voor dit vak gekozen heb. Naast me zit een persoon met een verhaal en gevoelens, iemand die meer is dan haar klacht. Dat stukje menselijkheid is onze realiteit en maakt dat we als dokters iets kunnen geven om onze patiënten.

Na het weekend app ik met de coassistent die na mij in het verzorgingshuis zit. Het oude dametje is, na afscheid te hebben kunnen nemen van haar familie, overleden. Ik kijk naar het bericht op mijn beeldscherm en slik mijn tranen weg. ‘Dag schat’, schiet door mijn hoofd.


Over Joëlla Bomgaars

toon alle berichten

Zat vast op haar geneeskunde-eilandje, maar leerde dankzij nultweevier.nl de Nijmeegse campus kennen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*