Column: Duncan

Sinds Joëlla is begonnen aan haar coschappen, staat ze met een been in het burgerleven en probeert ze met haar andere been nog wanhopig in de studentenkroegen te blijven staan. De laatste weken had ze echter iets anders aan haar hoofd.

Iedereen krijgt vroeg of laat met kanker te maken, wordt altijd beweerd. Voor mij bleef het tot nu toe altijd vriendelijk op afstand. Buiten een goed weg te halen tumor in mijn oma’s darmen zonder allerlei ellende daaromheen, had ik in mijn naaste omgeving nog nooit te maken gekregen met kanker.

Tot dat iets meer dan een jaar geleden mijn buurjongetje een heel zeldzame vorm van kanker bleek te hebben.

Ik weet nog dat je met een wratje op je duim naar de huisarts ging. De dokter had ‘m weggesneden en voor de zekerheid opgestuurd naar het ziekenhuis om te onderzoeken. Er bleken verkeerde cellen in te zitten, maar wat het precies was, kon niemand in Nederland zeggen. Ik weet nog dat het nieuws uit Amerika kwam dat het een vorm van kanker was die maar zo’n vijfentwintig mensen in de wereld hadden, jij als enige in Nederland.

Op goed geluk werd gestart met chemo, de tumor – inmiddels weer flink terug gegroeid – reageerde. Uiteindelijk kon je geopereerd worden. Ik weet nog hoe boos je vader was dat je duim er misschien af moest, en hoe blij iedereen was dat dat uiteindelijk niet hoefde. Je kreeg nog nabehandeling en alles leek goed te gaan. Ik weet nog dat je aan het begin van de herfst pijn kreeg tussen je schouderbladen. De tumor was uitgezaaid naar je longen en opnieuw moest je aan de chemo. Een maand later ging je met hoofdpijn naar het ziekenhuis en waar ik al eerder bang voor was bleek waar te zijn. De kanker was ook naar je hersenen uitgezaaid.

Ik weet nog dat je als klein jochie beste vrienden was met jullie grote (maar enorm sullige) dobermann Job. Hoewel iedereen eerst huiverig was hoe het enorme beest op zo’n kwetsbare baby zou gaan reageren, ging het fantastisch. Toen je leerde praten noemde je hem standaard ‘Sjobke’. Ik weet nog dat je al vroeg een wijsneus was. Elke dinsdagmiddag vertelde je me dat je honger had, maar als ik een boterham voorstelde, voegde je snel toe dat je ‘honger in koek’ had. Ik weet nog dat je enorme fan was van Cars, en je het liefst elke week wilde dat ik bij het oppassen die film voor je opzette. Voor mijn verjaardag gaf je me daar twee tekeningen van, die ik nog steeds op mijn kastdeur heb hangen. Ik weet nog dat je nét te cool voor Cars werd en liever met je vriendjes buiten speelde. Het kon zijn dat je ging voetballen, maar ik weet ook dat dat ‘buitenspelen’ soms betekende dat je op een rijtje op de stoep met je Nintendo zat.

Ik weet nog dat je ooit een dood vogeltje in onze achtertuin vond. Je riep je moeder erbij en wees naar het beestje. “Die doet het niet meer, die is stuk”, zei je. Je snapte het concept van de dood. Zo snapte je op het laatst ook dat de kanker jóu stuk maakte en je begreep heel goed dat de dood je op de hielen zat. Op 26 november blies je je laatste adem uit.

Duncan, je was pas twaalf jaar en hoeveel ik ook van je leven mag herinneren, het zal altijd te weinig zijn.


Over Joëlla Bomgaars

toon alle berichten

Zat vast op haar geneeskunde-eilandje, maar leerde dankzij nultweevier.nl de Nijmeegse campus kennen.

1 Reacties op dit bericht

  1. Heb het met tranen in mijn ogen gelezen, heel mooi gebracht. De Opa van Duncan

    Rudy ban der Goot / Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*