[Column] Kapot

Sinds Joëlla is begonnen aan haar coschappen, staat ze met een been in het burgerleven en probeert ze met haar andere been nog wanhopig in de studentenkroegen te blijven staan. Joëlla komt erachter dat bepaalde dingen die eerst zo simpel waren, voor een co-assistent best lastig kunnen zijn…

Het is 23:24 en ik sta bij de kluisjes in de vrouwenkleedkamer. Hoewel ik om elf uur al had moeten uitchecken, ben ik pas net op de Spoedeisende Hulp weggelopen. Beteuterd kijk ik naar het gat in mijn etui – dat kon er ook nog wel bij.

Hoewel ik patiënten heb gezien die er beurser bijliggen dan een banaan die twee weken onderin je tas heeft gezeten, maak ik me meer druk over materiële zaken. Deze week lijkt alles ineens kapot te gaan: van mijn portemonnee die uitscheurde (helaas niet dankzij een overvloed aan geld), mijn tas die uit elkaar viel en mijn etui met een gat waar de pennen doorheen vallen tot mijn horloge dat er spontaan mee stopte. Het ergste is nog dat ik geen idee heb hoe ik het allemaal ga repareren.

Tot voor kort had ik de luxe te kunnen kopen wat ik wilde. Nee, nog steeds niet door een overvloed aan geld, maar doordat ik op elk gewenst moment de stad in kon – vooral ‘s nachts. De luxeproducten die ik kocht, waren vooral biertjes. Nu vraag ik me af waar werkende mensen de tijd vandaan halen om iets als een nieuwe tas te kopen of een horloge te laten repareren. Waarom konden al mijn spullen niet gewoon vlak vóór mijn coschappen kapot gaan, in plaats van net tíjdens?

Terwijl ik mokkend m’n spullen bij elkaar raap, denk ik aan de arts-assistent, die er nog altijd zit als ik naar huis ga. De arts-assistent, die langere (en vast ook zwaardere) dagen draait dan ik. De arts-assistent die het daarnaast ook nog voor elkaar krijgt een gezin met een kleintje te onderhouden. Ik vraag me af hoe hij het allemaal voor elkaar krijgt, als ik niet eens mijn spullen heel kan houden.

‘Mag ik wel klagen?’ vraag ik mezelf af. Ik probeer mezelf te behoeden voor het idee dat werk ooit nog meer van me gaat vragen dan het nu al doet. ‘Tegen die tijd zal ik het vast gewend zijn’, overtuig ik mezelf. Voor vandaag sta ik mezelf in elk geval toe om te mopperen. Want uiteindelijk, na deze vijftien-en-een-half uur durende werkdag, is dat wat vandaag nog het meest kapot is, ikzelf.


Over Joëlla Bomgaars

toon alle berichten

Zat vast op haar geneeskunde-eilandje, maar leerde dankzij nultweevier.nl de Nijmeegse campus kennen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*


*