Column: New York, New York

Sinds januari is Daisy voor een half jaar aan het studeren in de Amerikaanse staat Indiana. Door middel van haar columns houdt ze ons elke maand op de hoogte van haar ervaringen en belevenissen als buitenlandse student in het grote, gekke Amerika. In New York komt Daisy erachter dat het niet zo glamorous is als Sex and the City doet vermoeden…

Toen ik een jaar of zeven was hoorde ik voor het eerst van de stad New York. Het was toen een grote stad, bekend vanwege Manhattan, waar Times Square en het Empire State Building slechts het topje van een prachtige ijsberg zijn, maar ook berucht vanwege Harlem en de Bronx waar gangs elkaar van kant maken. Het intrigeerde me. Hoe kon iets tegelijkertijd goed en slecht zijn? Naarmate ik ouder werd, zag en hoorde ik alleen maar meer positieve verhalen over New York City. Iedereen wilde er wonen, leven en werken. Het leek het epicentrum van de wereld te zijn. Dit beeld wordt alleen maar bevestigd door de honderden films die zich in New York afspelen. De stad is schitterend, de mensen geweldig, de prijzen absurd – maar daar lijken de hoofdrolspelers geen problemen mee te hebben. Met andere woorden, New York lijkt het allemaal te hebben. Een bezoekje aan deze stad was dan ook onmisbaar tijdens mijn tijd in Amerika. Ik was excited om mij voor een paar dagen net als Carrie Bradshaw tussen de locals en de bekende wolkenkrabbers te bevinden.

Wat ik leerde over New York was echter niet zo glamorous als Sex and the City doet vermoeden. De stad wordt vooral bevolkt door toeristen die ervoor zorgen dat je overal in de rij moet staan. Rijen om de straat over te kunnen steken, rijen om eten te kopen en rijen om naar de wc te kunnen. Er zijn zelfs rijen om de Starbucks alleen al in te komen. En wanneer je niet in de rij staat voor je frappuccino of een of andere toeristische trekpleister, dan struikel je constant over de zwervers. Sommige zwervers vragen om change, terwijl anderen op je schuldgevoelens inwerken door je aan te staren met hun holle puppyogen en een kartonnen bordje met een heart breaking tekst erop voor hun borst houden. Op de plekken waar geen wolkenkrabbers of hordes mensen zijn, maken de auto’s de dienst uit. Rijden in New York lijkt voor een Nederlander als ik een suicide mission, maar ook als voetganger ben je niet veilig voor de Amerikaanse autobestuurders. Een zebrapad of een stoplicht heeft blijkbaar niet dezelfde waarde in New York als in Nederland. Een plek voor jezelf vinden, om even adem te halen, lijkt dan ook onmogelijk in New York City.

En toch lukt het me niet om ook maar enigszins een afkeer te voelen voor deze stad, om iets anders te antwoorden dan “New York was echt geweldig!” als iemand ernaar vraagt. De stad heeft iets magisch, ondanks dat je er nog steeds wordt vermoord als je ’s avonds over straat zou lopen in de Bronx en je je er anders wel dood irriteert aan de overdosis toeristen. Maar als je went aan alle rijen en niet besluit in een avontuurlijke bui de Bronx te bezoeken, ervaar je de onweerstaanbare kant van New York die oh zo bekend is van de films. Ik denk dat ik eindelijk begrijp wat ik als zevenjarige niet kon bevatten: iets kan een verschrikkelijke aantrekkingskracht op je hebben, terwijl het eigenlijk niet zo geweldig is als je over de individuele aspecten nadenkt. Misschien is het ook wel een deel van de charme – New York verleidt je als een woest aantrekkelijke bad boy.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

*