[Column] Prestatiedruk

Sinds Joëlla is begonnen aan haar coschappen, staat ze met een been in het burgerleven en probeert ze met haar andere been nog wanhopig in de studentenkroegen te blijven staan. Dit keer voelt ze het gewicht van de doktersjas zwaar op haar schouders drukken…

“…En daarom willen we je een zes geven.” Een zes, hoor ik in mijn hoofd nagalmen, terwijl ik voel dat mijn onderkaak begint te trillen en tranen in mijn ogen omhoog wellen. Hoewel ik vlak daarvoor nog zei dat het me niet draait om het cijfer onderaan het formulier, maar om de ontwikkeling die ik tijdens het coschap heb gemaakt, raakt dit me meer dan ik wil. Op dit moment heb ik twee keuzes: wegslikken, niks zeggen en die middag teleurgesteld naar buiten lopen, óf aangeven dat ik dit eigenlijk ronduit kut vind. Ik kies het laatste. Huilend zeg ik dat een zes voelt als falen, dat we ‘zesjes voor de moeite’ krijgen, dat ik het toch zeker niet slecht heb gedaan. Als ik uit gejammerd ben, begint de arts me gerust te stellen. Een zes is gewoon een voldoende en zesjes voor de moeite geven ze niet (dan was het wel een vijf geweest). En nee, ik ben niet compleet incapabel en ik hoef ook geen carrièreswitch te maken. Ik kan niet anders dan haar gelijk geven.

Als ik ’s avonds alleen thuis ben, laat ik alles even bezinken. Sinds wanneer ben ik zo? Sinds wanneer ben ik niet meer tevreden met een voldoende en ben ik een zes gaan zien als ‘slecht’? Wie mij een beetje kende tijdens mijn bachelor, weet dat ik een luie student was. ‘Een tentamen kan je herkansen, een feestje niet hing nog net niet als leus boven mijn bed. Ik leefde voor de zesjescultuur, net als menig ander student. Mijn master bracht daar verandering in. Ineens moet ik gaan bewijzen wie ik ben en wat ik kan, terwijl ik eigenlijk nog steeds aan het leren ben. Alles draait om jezelf klaarstomen voor de arbeidsmarkt en als je niet ergens uitblinkt, zijn je kansen daar straks klein. Daarnaast hitsen we elkaar allemaal op om zo hoog mogelijk te scoren en meten we ons aan elkaar. Tijd om stil te staan en rustig om je heen te kijken is er niet bij. Je moet presteren, presteren, presteren.

De nieuwsartikelen over studenten met burn-out vliegen je om de oren. Vooral geneeskundestudenten zouden hier last van hebben, met hun soms 60-urige werkweken. Jammer genoeg blijft het daar niet bij. Ook buiten de werkvloer moet er gepresteerd worden. We voelen overal om ons heen de druk om het perfecte lichaam te hebben. Je moet gezond eten en veel sporten, maar je mag ook je vrienden niet vergeten. Ga je niet met hen ten minste tien biertjes en drie shotjes drinken, dan ben je laf. Om je cv op te leuken doe je ook nog ergens onderzoek en om te kunnen overleven zonder stufi werk je op zaterdag jezelf uit de naad. Waar halen we de tijd vandaan? Niet gek dat we het soms allemaal even niet meer aan kunnen.

Ergens moeten we misschien ook blij zijn met alle kansen die we krijgen. Een bestuursjaar naast je studie doen, avondjes doorzakken met je vrienden, alles kan. En niks moet. De druk leggen we vooral onszelf op, deels omdat we beter willen zijn dan een ander. We weten zelfs prestatiedruk te leggen op de leuke dingen in het leven, zoals feesten, reizen en andere dingen in onze vrije tijd. Misschien valt het met die prestatiedruk uiteindelijk toch wel mee. Dat blijkt als ik ruim drie weken later met de helft van mijn cogroep asociaal veel biertjes en wodka weg zit te tikken op vakantie in Roemenië. Die zes van drie weken geleden ben ik alweer bijna vergeten. Druk? Welke druk?


Over Joëlla Bomgaars

toon alle berichten

Zat vast op haar geneeskunde-eilandje, maar leerde dankzij nultweevier.nl de Nijmeegse campus kennen.

1 Reacties op dit bericht

  1. haha heel herkenbaar daarom ruim ik nooit mijn kamer op want dat kost allemaal tijd en moeite en dat is dus druk die ik mezelf opleg en daraom loop ik alleen in pantalons, want die hoef je niet te wassen.

    harrie / Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*


*