Column: Verjaardagsarts

Sinds Joëlla is begonnen aan haar coschappen, staat ze met een been in het burgerleven en probeert ze met haar andere been nog wanhopig in de studentenkroegen te blijven staan. Joëlla weet als geen ander hoe je als bijna-arts vaak in tenenkrommende situaties kan belanden…

“Ah, wat fijn dat jij ook meegekomen bent! Ik heb een vraag voor je,” zegt de vriendin van m’n moeder terwijl ze naar de keuken snelt. Nog geen halve minuut geleden ben ik de kamer vol verjaardagsvisite binnengestapt. “Kijk, dit heb ik van de dokter gekregen voor de jongste, mag zo’n jong kind dat wel?” vraagt de vriendin van m’n moeder terwijl ze een doosje pillen in mijn handen duwt.

Een uurtje later zit ik naast een oudere man. “Geneeskunde hm”, knikt hij langzaam. “Dus je wil dokter worden, nobel, wat voor dokter?”. Hoewel ik nog niet honderd procent zeker ben van mijn keuze, geef ik mijn standaard antwoord: “Huisarts.” “Huisarts?”, vraagt de man bijna beledigd, “Wil je dan niet specialiseren?” Onzichtbaar voor de wereld rol ik met mijn ogen. Het is bijna een doorsnee vraag, met een ingestudeerd antwoord. Huisarts is ook een specialisatie – na je studie ben je basisarts, waarna je voor huisarts nog drie jaar door moet. Ja, inderdaad een lange tijd, maar je werkt al wel.

Ondertussen begint de man verder te praten. Hij wijst naar zijn knieën. “Ik heb ook wat, weet je, versleten knieën, ar-troooose zegt de dokter, had mijn moeder ook, weet je wat ze daar aan doen?”. Geduldig kijk ik de man aan, wachtend tot hij zijn verhaal vervolgt. Uit mijn ervaring weet ik dat ik nu zijn hele medische geschiedenis op mijn bord ga krijgen.

Soms krijg ik de vraag of ik met mijn studie Geneeskunde straks verpleegkundige ga worden. Terwijl mijn tenen zich krommen in mijn schoenen – met alle respect voor verpleegkundigen -, leg ik dan vriendelijk uit hoe het zit. Mensen weten het simpelweg niet.

Het is voor elke geneeskundestudent een bekend fenomeen. Op elke verjaardag of familiedag storten mensen hun medische klachten bij je uit. Soms vraag ik me af of ik geld moet vragen voor alle gratis consulten die ik geef. Als mensen dan zelf ook iets denken te weten over hoe Geneeskunde in elkaar steekt, slaan ze onbedoeld de plank vaak volledig mis. Gelukkig worden we als geneeskundestudenten in onze communicatieskills getraind en kunnen we lief lachen, ja knikken, naar mensen luisteren en ze geduldig uitleggen hoe het echt zit. Dat we stiekem onze ogen rollen, tenen krommen, vuisten ballen en eens diep zuchten, hoort ook bij het (bijna) arts zijn.

Soms heb je het geluk om iemand tegen te komen die wel kennis van zaken heeft. Wijze mensen die zachtjes met je komen praten en enthousiast luisteren naar je ervaringen als co-assistent en alle rare medische termen die je gebruikt begrijpen. Ze lachen lief naar je, knikken ja, luisteren en leggen geduldig uit hoe het echt zit als je iets verkeerds zegt. Als ze vragen wat ik wil worden, kan ik eerlijk zeggen dat ik nog twijfel, omdat zoveel specialisaties interessant zijn.

De volgende keer als iemand me vraagt wat voor arts ik word, weet ik in elk geval het antwoord: voorlopig ben ik verjaardagsarts.


Over Joëlla Bomgaars

toon alle berichten

Zat vast op haar geneeskunde-eilandje, maar leerde dankzij nultweevier.nl de Nijmeegse campus kennen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

*