Het fenomeen cobo

Dit jaar maakt Babs deel uit van het bestuur van haar studievereniging. Als net aangesteld kandidaat-voorzitter werd ze tijdens haar eerste constitutieborrel meteen in het sociale centrum van het bestuursleven gedropt.

Het was een dinsdagavond, rond de klok van half tien. Ik mocht mezelf net één dag kandidaat-voorzitter van mijn studievereniging noemen en werd meteen door mijn voorgangers meegesleept naar een belangrijk fenomeen uit het bestuursleven: de cobo.

Als een jong eendje liep ik die avond achter de huidige bestuursleden aan de kroeg binnen. Mijn geleende pak verhulde nog enigszins mijn bestuursgup-identiteit. Daarnaast had het ‘HB’ ons natuurlijk al voorbereid op het ontbreken van muziek, VOLUME-schreeuwende balletjes en wilde brasacties. Me echt verbazen over de bijzondere look-a-like formele sfeer die er heerste, deed ik dan ook niet. Toch voelde ik me als een brugklasser op zijn eerste middelbare schooldag. Om dat nog enigszins te verbloemen, deed ik maar gewoon alsof een constitutieborrel mijn natuurlijke habitat was en knoopte ik met ieder enigszins toegankelijk persoon een gesprek aan.

Tijdens een praatje met een nét aangesteld bestuurslid van een relatief oude vereniging viel ik echter al snel door de mand. Bij het standaard riedeltje over verenigingsnamen, functies en wisseldata werd mijn aandacht constant getrokken door het glimmende medaille-achtig iets dat deze secretaris droeg. Ik meende me ver in mijn achterhoofd ergens iets te herinneren dat ik dit ding nooit mocht aanraken. Toen ik vroeg wat het was, werd ik verbaasd aangekeken. ‘Oh, hebben jullie geen sigillum?’ Uhh… Een si… Wát? Schaapachtig keek ik terug.

Echt tijd om een passend antwoord te formuleren had ik niet. Rond de verenigingsvlag van het gewisselde bestuur had zich inmiddels een opgefokt groepje mensen verzameld die duidelijk maar één doel voor ogen hadden: die vlag moest de kroeg uit. Voor ik het wist was ik onderdeel van een heftige bras-moshpit. Gelukkig kon ik mezelf al snel in veiligheid brengen en ontsnappen aan het wilde geduw en getrek. Ik bleek een van de weinigen te zijn die er zonder kleerscheuren vanaf was gekomen. De een had een snee, de ander een flinke blauwe plek. Toen ik aan een gewonde voorzitster vroeg of het wel goed ging, haalde ze lachend haar schouders op. ‘Ach, dat hoort er allemaal bij.’ Ze veegde het bloed van haar wang en stelde al voor om een nieuwe braspoging op te zetten.

Wederom voelde ik me een typische nieuweling in het bestuursbestaan. Het leek alsof ik de enige was die het gebras allemaal maar heftig vond. En het recipiëren had ook soepeler gekund. Het enige wat ik had onthouden van de standaard zinnetjes die ik had moeten zeggen was iets met ‘een eer en een waar genoegen’. Mijn medebestuursleden stelde ik per ongeluk met hun bijnaam voor en meer dan drie zinnen kon ik niet over ons cobocadeau verzinnen. Het went vanzelf wel, werd me door een oud-bestuurslid verteld. ‘Voor je het weet, lul je vijf minuten over een bierviltje of sta je zelf aan een gastenboek te trekken.’ Uhhh… dat zullen we nog wel eens zien, dacht ik.

Het moment van gewenning kwam sneller dan ik had verwacht. Het was al laat en inmiddels wel tijd om naar huis te gaan, vond ik. Tijdens het afscheid van een medebestuurslid stond de kroeg echter weer helemaal op z’n kop door een nieuwe brasactie. Even stelden we ons als muurbloempjes op en probeerden we de chaos te negeren. Maar al snel werden we toch meegezogen in het fanatieke gebras. Aarzelend keken we elkaar aan. Toen schopten we toch maar onze pumps uit en haalden we de knoop van onze jasjes los. Ach, die blauwe plekken kunnen wij ook wel handelen.


1 Reacties op dit bericht

  1. Gaan we eindelijk weer even normaal doen en niets anders dan de term constitutieborrel gebruiken.
    Afkorten doe je maar op twitter of in smsjes naar je bffjes. Gedraag je naar je leeftijd.

    De oude rot / Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*