Column: Stoer

Sinds Joëlla is begonnen aan haar coschappen, staat ze met een been in het burgerleven en probeert ze met haar andere been nog wanhopig in de studentenkroegen te blijven staan. Dit keer vond ze tussen alle drukte een vertederend moment.

Een jongen van een jaar of 17 wordt met de ambulance binnengebracht op de Spoedeisende Hulp (SEH). Hij is met hoge snelheid met zijn scooter tegen een stilstaande vrachtauto aangereden. Op de traumakamer staat al een team van specialisten, assistenten en verpleegkundigen klaar om hem op te vangen.

Terwijl het ambulancepersoneel de overdracht doet, wordt de jongen snel op de andere brancard geschoven. Daarna gebeurt van alles tegelijk. Verpleegkundigen sluiten de arme knul aan op de monitor, een arts begint gestructureerd controles te doen, anderen maken de kleren van de patiënt los zodat hij goed onderzocht kan worden. Af en toe wordt er iets tegen de jongen gezegd of aan hem gevraagd. Ondertussen worden mensen van de radiologie ingeschakeld om straks wat röntgenfoto’s te maken. De jongen ligt stil op het bed en laat alles allemaal maar over zich heen komen.

Inmiddels is de familie van de patiënt ingeschakeld en zijn z’n ouders  op weg naar het ziekenhuis. De artsen bepalen dat de situatie stabiel is en langzaam wordt het rustiger op de kamer. De assistent van de SEH spreekt met de traumachirurgen af wat het plan wordt. De botbreuk in de linkerarm moet rechtgezet worden voordat het gips er omheen kan en de wonden op het rechter onderbeen en de knie  moeten gehecht worden.  Ik ga naast de patiënt zitten en begin een praatje met ‘m. Natuurlijk is ‘ie flink geschrokken en was dit niet hoe hij had gepland dat de avond zou lopen.

Hoewel de assistent de wondranden voor het hechten verdoofd heeft, lijkt dit niet overal goed te werken. Het hechten doet zichtbaar pijn, maar stoer als hij is probeert de jongen de pijn te verbijten. Zijn gezicht vertrekt als de assistent vertelt dat ze nog een hechting moet zetten in het onverdoofde stuk, maar zonder een geluid te maken zet hij door. “Echt heel stoer van je,” zeggen we tegen hem.

Ook als we met twee mensen aan z’n arm hangen terwijl de chirurg de verplaatste botdelen probeert recht te duwen en daarna het gips aanlegt, geeft de knul geen kick. Nogmaals vertellen we hem dat ie het echt goed en dapper doet, dat het echt stoer is.

Als we klaar zijn en de boel een beetje opruimen, komt de familie van de jongen binnen. In de armen van zijn moeder zie ik een oude versleten knuffelbeer. Snel legt ze de knuffel bij de jongen neer. Glimlachend zie ik het tafereel aan.

Hoe oud of stoer je ook bent, als het allemaal even tegenzit, blijft je knuffelbeer je grootste troost.


Over Joëlla Bomgaars

toon alle berichten

Zat vast op haar geneeskunde-eilandje, maar leerde dankzij nultweevier.nl de Nijmeegse campus kennen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*