Nachtcollege deel 2: Hoe werd ik een nachtdier?

We weten allemaal hoe de Nijmeegse kroegen eruit zien als we gaan stappen. Maar hoe de wereld eruit ziet vanachter de bar, is een hele andere wereld. Siebe, student en al een paar jaar actief achter de bar, geeft je een kijkje in de bizarre dingen die hij meemaakt als hij jullie biertjes tapt.

Voor de meesten ondenkbaar, voor sommige een nachtmerrie en voor velen eerder een verplichting dan een keuze. Nee, ik heb het niet over dineren met je schoonfamilie, maar over het omdraaien van je biologische klok. In mijn vrije tijd achter de bar realiseerde ik me laatst dat ik na ongeveer twee jaar wel heel erg gewend ben om in het donker te leven. Het voelt vaak zelfs beter om een nacht door te werken dan de ochtend/middag actief te zijn (zon is overrated). Hoe heeft het zover kunnen komen?

Zelfs deze tekst schrijf ik liever om twee uur ’s nachts dan twee uur in de middag. Nou is dit niet altijd zo geweest. Terugdenkend aan mijn avond carrière kan ik wellicht de stappen die ik naar een spreekwoordelijke uil heb gezet uitlichten. Wellicht handig als je toekomstige carrière je misschien forceert om dit leven maar te accepteren.

Het begon allemaal met mijzelf ertoe dwingen om wakker te blijven met de nodige cafeïne, veel te luide muziek en een beetje sporten. Alsnog bleek na middernacht wakker blijven (ja, zo begon ik) een hele uitdaging. Zelfs wanneer ik om vier uur pas ging slapen, dwong mijn interne klok mij altijd om half 9 in de ochtend weer wakker te worden en vervolgens halfdood met mijn dag verder te gaan. Ik noem dit dan ook de ontkenningsfase (van je lichaam). De eerste fase waar iedereen in zijn reis tot vleermuis doorheen moet breken. Een valkuil: wakker blijven liggen in bed in een soort van halfslaap, wat leidt tot hoofdpijn.

Hierna komen de powernaps. Dit leverde eigenlijk niets anders op dan tijdsverlies overdag en een vreemd gevoel van ‘’wakker zijn’’ in de nacht. Zelf ben ik geen fan van powernaps, al lukt het me vaak wel tijdens colleges om dit middel in te zetten. De steeds te korte slaaptijden leidde vaak alleen maar tot een ietwat chagrijnig gevoel. Sommige studenten leven overigens op kwartiertjes slaap dus probeer het zelf ook vooral uit. Hierom heet fase twee ook wel: experimenteren.

Fase drie: acceptatie en doorzetten. Uiteindelijk kom je tot het besef dat je alleen door middel van accepteren dat je pas om 6 uur kan slapen, tot de conclusie kan komen dat je het van de positieve kant moet gaan zien. Zo zie ik om me heen dat men ’s ochtends misschien nog wel ellendiger naar het werk toegaat, op het tijdstip dat ik net klaar ben. Daardoor kwam ik tot de conclusie dat die avondcolleges op de universiteit ook nog niet zo erg zijn. Bovendien kun je onbeperkt koffie drinken, je valt immers altijd in slaap na een lange nacht werken.

Nu komt er ooit een punt waarop dit ritme weer omgedraaid moet worden. Zo zijn er genoeg onderzoeken die beweren dat het niet echt gezond is om nachten door te halen. Aan de andere kant stopt ons land niet om twaalf uur met werken en is er gelukkig altijd genoeg te doen voor mensen die een aangeboren nachtmodus hebben of voor hen die bereid zijn hun nachtrust op te geven (tip: denk aan de hogere toeslagen). Ik hoop in ieder geval (voorlopig) dat ik op de korte termijn geen column hoef te schrijven met de titel: Hoe ben ik aan zonlicht gewend geraakt? Want dat nachtleven bevalt me wel.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*