Het studentenleven van… rector magnificus Han van Krieken

‘Mijn studententijd was de tijd van mijn leven’ is een veelgehoorde uitspraak. Hoe kijkt rector magnificus Han van Krieken hier op terug?

Sinds mei 2016 is professor Han van Krieken rector magnificus van de Radboud Universiteit, maar midden in de roerige tijden van de jaren ’70 en ‘80 was hij nog een geneeskundestudent aan de Universiteit Leiden. Waar veel mensen beweren dat je studententijd de mooiste tijd van je leven is, denkt Han van Krieken daar heel anders over…

Studentenleven

“In tegenstelling tot Nijmegen kent Leiden echt een verenigingscultuur, maar toen ik studeerde dreigde zelfs het studentencorps Minerva failliet te gaan. Lid worden van een gezelligheidsvereniging was in die tijd erg impopulair. In plaats van een studentenvereniging heb ik toen gekozen voor de studievereniging voor geneeskundestudenten. In het eerste jaar van mijn studie woonde ik nog thuis en vervolgens ben ik gaan samenwonen in Rijswijk, waar ik onder andere actief was bij de scouting en penningmeester van de tennisvereniging. Ik vond het erg fijn dat ik ook contact had met mensen die niet studeerden. In Leiden, en zeker bij Minerva, had je toch wel een bastion buiten de samenleving en ik vond het eigenlijk helemaal niet goed dat zij zich zo afscheidden van de rest van de maatschappij. Daar voelde ik me ook absoluut niet in thuis. Dat heeft natuurlijk ook wel iets met mijn achtergrond te maken: ik was de eerste van mijn familie die ging studeren. Door actief te worden bij verenigingen voor allerlei soorten mensen wist ik als het ware in de maatschappij te blijven staan.

Verder heb ik me samen met andere medische studenten ingezet voor Wemos, een organisatie die zich inzet voor de volksgezondheid in Afrika. Ook was ik redelijk actief bij de Politieke Partij Radikalen (PPR), die inmiddels niet meer bestaat. Politiek speelde toen veel meer onder studenten. Er was een serieuze crisis in Nederland: enorme werkloosheid en inflatie, vervuilde rivieren, bomen die stierven, er heerste angst voor een kernoorlog…Het was best wel een heftige tijd. We denken nu weleens dat we ernstige dingen hebben, maar qua terrorisme staat het niet in verhouding met die tijd. Toen had je Molukkers die een trein kaapten, een ambassade die overvallen werd, politici die werden ontvoerd en vermoord… Daar hadden we het ook met studenten onder elkaar over. Ik ben van mezelf een hele optimistische man, maar er waren in die tijd heel veel mensen die erg bezorgd waren. Dat was ook toen de punkmuziek opkwam. Die muziek vond ik wel leuk, maar om nou een veiligheidsspeld door je wang te steken…

Natuurlijk ging ik ook weleens naar feestjes, maar geneeskundestudenten waren in mijn tijd meer de ‘stuudjes’. Geneeskunde had veel meer contacturen dan andere studies.”

Van geneeskundestudent naar rector magnificus

“Het niveau van het onderwijs had in mijn tijd nog niet het niveau van vandaag. Ook hadden we nog geen leenstelsel en zelfs geen tempobeurs, dus we hadden veel meer ruimte. In mijn tweede jaar vond ik het programma redelijk rustig, dus dacht ik: daar wil ik wel wat bij gaan doen. Ik vond het leuk dan iets te kiezen wat te maken had met geneeskunde, want dat vond ik wel echt een prachtig vak. Omdat ik niet zo goed was in het onthouden van dingen, leek het me een goed idee om practica van Anatomie te gaan begeleiden, maar toen ik daar kwam, zaten ze helaas al vol. Toen ik terugliep kwam ik langs Pathologie en daar ben ik naar binnengestapt. Zo ben ik per toeval onderzoek gaan doen bij Pathologie, als student-assistent. Later werkte dat studentenbaantje in mijn voordeel toen ik ging solliciteren bij de specialistenopleiding van Pathologie, maar dat was nooit de reden geweest om het baantje te nemen. Ik ben eigenlijk geneeskunde gaan studeren omdat ik huisarts wilde worden, maar tijdens mijn coschap huisartsgeneeskunde kwam ik erachter dat het beroep van huisarts voor mij toch te weinig intellectueel uitdagend was. Dat komt omdat je als huisarts toch wel vaak patiënten moet doorverwijzen op het moment dat het echt interessant wordt. Ik wilde echt graag begrijpen hoe dingen in elkaar zitten, wat er met iemand aan de hand is en waarom mensen ziek worden. Dat komt terug in het werk als patholoog: een patholoog is iemand die in het ziekenhuis een rol speelt bij de diagnostiek. Maar ik heb ook nog getwijfeld over psychiatrie, omdat ik de wisselwerking tussen de psyche en de moleculaire processen ook erg boeiend vind.

Toen ik in Leiden werkte, hebben ze me gevraagd om hier in Nijmegen te komen als hoogleraar. Op een gegeven moment werd mijn afdelingshoofd decaan, waarop ik gevraagd werd als afdelingshoofd. Eigenlijk wilde ik liever dat onderzoek uitbouwen, maar mijn vrouw zei toen tegen mij: ‘Wie wil je dan nu als baas?’ Zij vindt mij namelijk niet heel geschikt om een baas te hebben. Dus daarom heb ik toch ja gezegd. Vervolgens ben ik ook in de medezeggenschap gegaan. Zo kreeg ik meer met de universiteit te maken en leerde ik mensen kennen, waardoor ik uiteindelijk gevraagd werd om rector magnificus te worden. Ik was net 60 jaar geworden en kreeg opeens de kans om iets heel anders te gaan doen. Als rector magnificus heb ik minder te maken met geneeskunde, maar wel met allerlei andere zaken die ik ook erg interessant vind. Wel doe ik nog een keer per week onderzoek, met name op het gebied van lymfklierkanker.

Levenslessen

“Het leukste aan mijn studententijd vond ik echt het studeren zelf: nieuwe dingen ontdekken, dingen leren begrijpen…in die tijd begonnen we eindelijk kanker een beetje te snappen, er werd steeds meer bekend over immunologie en genetica, de eerste resistentie tegen antibiotica begon te ontstaan: ik vond het heel bijzonder om zulke ontwikkelingen te zien. Geneeskunde is constant in ontwikkeling: wat we nu denken te weten, blijkt over vijf jaar voor de helft niet te kloppen. In mijn tijd dachten we nog dat infectieziekten klaar waren en toen was daar ineens aids!

Het belangrijkste wat ik in mijn studententijd heb geleerd is dat je je nieuwsgierigheid moet volgen. Geen carrièreplanning doen. Doe geen dingen puur omdat je denkt dat het goed voor je cv is, maar doe dingen omdat je ze leuk of interessant vindt. Probeer ook geen oogkleppen op te houden. Sommige mensen doen dat wel, zoals heel fundamentele onderzoekers, want die hebben het juist nodig om gefocust de diepte in te duiken. Maar tegen de meeste andere mensen zeg ik: hou je ogen open.

Ga echt dat vak bestuderen wat je interessant vindt. Probeer echt te snappen wat daar aan de hand is en dat goed te doorgronden. En dan is er nog genoeg tijd over om allerlei andere dingen te doen. Maak je geen zorgen over werk. Dat is zonde, want je leeft in een van de rijkste landen en de kans is groot dat je als student van de Radboud Universiteit later een baan zult krijgen waar je genoeg gaat verdienen, al is dat misschien niet de baan die je het liefst wilt. Dus haal uit je studie wat erin zit en probeer je intellect te benutten.

Sommigen zeggen dat je studententijd de mooiste tijd van je leven is – dat vind ik zo’n depressieve uitspraak! Alsof het daarna voorbij is, maar dat vind ik onzin. Het is een mooie tijd, maar daarna komen nog genoeg andere mooie tijden. Het maximale uit je studententijd willen halen is prima, maar dat moet je daarna ook doen.”


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*