Column: Geluk bij een ongeluk

Sinds Joëlla is begonnen aan haar coschappen, staat ze met een been in het burgerleven en probeert ze met haar andere been nog wanhopig in de studentenkroegen te blijven staan. Dit keer ziet ze het ziekenhuis eens vanuit een andere kant.

Het is vrijdagavond en hoewel een enkeling, waaronder ikzelf, nog een weekenddienst moet draaien, zit het coschap Spoedeisende Hulp (SEH) er voor mijn cogroep net op. Het perfecte moment voor een feestje, of zelfs een gala. Tegen mijn cogroepgenootjes zeg ik stoer: “Vanavond moet er wel iets bijzonders gebeuren hoor! Ik moet nog een column schrijven.” Het lustrumgala van mijn studievereniging met afgekochte drank leent zich in ieder geval goed voor een spannende avond.

Althans, dat hoopte ik. Een kwartier voor het gala is afgelopen is er echter nog weinig gebeurd. De sterke drank was veel te snel op en hoewel ik me prima vermaakt had, was het een redelijk tamme avond. In de rij voor de wc sta ik met een bekende te kletsen en hang ik nonchalant tegen de muur. Dan ineens verdwijnt deze ‘muur’ achter me en voor ik het weet val ik achterover een trap af naar buiten. In een flits neem ik de situatie in me op en besef ik dat door een nooduitgang gevallen ben en op een haar na met m’n hoofd een stenen muurtje heb gemist. Als ik naar mijn linkerarm kijk, weet ik echter dat het foute boel is. Een enorme knik verraadt wat ik voel: mijn arm is gebroken. Uit een reflex draai ik m’n arm, waarna die in elk geval iets beter staat. Ik krabbel omhoog en samen met een handjevol bezorgde studenten strompel ik naar binnen, waar ik meteen via een zijdeur weg word geloodst. Als ik op een tafel gezet word, komt de pijn pas op.

Het voordeel van een ongeluk krijgen op een feest vol medische studenten, is dat er binnen no time een zorgteam om je heen staat. Iedereen weet iets, of denkt iets te weten, om je te helpen. Provisorisch worden van kartonnen planken en theedoeken spalken gemaakt, iemand propt twee paracetamol in m’n mond (die ik helaas van de pijn weer uitbraak) en terwijl ik schreeuw dat ik een “MIDSCHACHT RADIUSFRACTUUR” heb en zowel m’n mobiel als m’n date kwijt ben, belt iemand de huisartsenpost. Gelukkig wordt mijn date snel gevonden en mag ik met een beveiliger in de auto direct naar de SEH.

Dat is dezelfde SEH waar ik net twee weken van mijn leven heb doorgebracht. De verpleegkundige kijkt me verbaasd aan als ze me binnenroept: “Hey, jou ken ik!”. “Klopt, ik ben de co-assistent hier”, zeg ik snikkend. Als de foto’s zijn gemaakt, komt ook de arts langs. “Hey Joëlla”, zegt hij met een ernstige glimlach, “die breuk ziet er niet zo mooi uit.” Stiekem had ik al met mijn eigen account ingelogd in het systeem van het ziekenhuis, dus hij vertelt me niks nieuws. Het voelt in elk geval vertrouwd om in handen te zijn van de mensen die ik in de afgelopen weken dagelijks heb gezien.

Als ik een dag later in het gips en stijf onder de pijnstillers alles doorspreek met mijn ouders, word ik gebeld door de SEH-arts die mijn eindcijfer moet geven. Hij vertelt me dat hij het telefonisch wil afronden en ik niet meer voor het eindgesprek langs hoef te komen. Met een mooi resultaat en met de ervaring als patiënt rijker, sluit ik het coschap af. Ik tel mijn zegeningen en bedenk me dat het lustrumthema ineens heel toepasselijk is: een (heleboel) geluk bij een ongeluk.


Over Joëlla Bomgaars

toon alle berichten

Zat vast op haar geneeskunde-eilandje, maar leerde dankzij nultweevier.nl de Nijmeegse campus kennen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

*